top of page

Disgrace - J.M. Coetzee

Trigger en spoiler warning! Het eerste voor mijn debiele grappen, het tweede voor onthullingen uit de plot.


Het eerste, en allerbelangrijkste, is dat J.M. Coetzee een beetje lijkt op Stefan Hermans. Coetzee is een Vlaams auteur en essayist die naam en faam maakt met doorwrochte boeken en maatschappijmeningen die soms een tikje te serieus zijn. Stefan Hermans is een Zuid-Afrikaanse lagereschoolleerkracht die soms een kinderboek schrijft.


Kijk, zo zien die twee kwieten eruit:




Stop, bovenstaande nonsens zijn natuurlijk fout, maar dat had u als lezer van deze crappy website al lang in de smiezen, u heeft immers wellicht reeds al verschillende boeken van beide bovenstaande heren achter de kiezen.


Laten we dus opnieuw beginnen, met zijn Wikipedia-pagina:


John Maxwell Coetzee (geboren op 9 februari 1940) is een Zuid-Afrikaanse en Australische romanschrijver, essayist, taalkundige, vertaler en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur 2003. Hij is een van de meest geprezen en onderscheiden auteurs in de Engelse taal. Hij heeft de Booker Prize (tweemaal), de CNA Literary Award (driemaal), de Jerusalem Prize, de Prix Femina étranger en The Irish Times International Fiction Prize gewonnen, en heeft nog een aantal andere prijzen en eredoctoraten ontvangen.

Het moet in de dagen dat ik nog Den Humo las zijn geweest dat die man op mijn radar kwam, om dan vervolgens een paar decennia niets van hem te lezen. Disgrace is dus het eerste boek dat ik van hem ter hand en ter oog nam.


Zo'n imago, dat doet wel wat met een oppervlakkige en ondoordachte kerel als ik. Het imponeert om te beginnen. Als het boek niet is of doet wat ik verwacht zal ik dus eerder denken: het zal wel aan mezelf liggen.


Het duurde wel even voor ik het weefwerk van Coetzee begon te appreciëren. Als stijlliefhebber was ik niet meteen van mijn sokken geblazen, maar dat gebeurt dan ook bijna nooit. Bij Marquez heb ik dat wel, of toen ik heel lang geleden op iets te prille leeftijd Lolita las, in het Nederlands nota bene. Dat dus niet hier, maar wel heel veel andere dingen.


Tijdens het lezen schreef ik eerst deze brol:


Omdat ik een rijk man ben, eet ik elke ochtend dure ontbijtgranen van Kellog's. Brol van huismerken of witte producten moet ik niet. De beste van die producenten zijn de Rice en Choco Krispies. Want wanneer je daar ijskoude volle koemelk op giet, begint er een auditief spektakel, vooral hoorbaar wanneer je de oortjes dicht bij het kommetje houdt:



En dat is wat dit boek van Coetzee ook doet. Op het eerste zicht is dit vrij droog en matter of fact, maar gaandeweg openbaren zich de spanningen en tegenstellingen die Zuid-Afrika op verschillende lagen doorkruisen: machtsverhoudingen, gevoeligheden, geweld dat op de loer ligt.


Er is ook een genadeloze brutaliteit en eerlijkheid die misschien typisch is voor Coetzee, of misschien typisch voor 1999, toen de puriteinse, mannelijke en maatschappelijke slingers op een andere manier vervlochten waren. Zo schrijft hij:


She does not resist. All she does is avert herself: avert her lips, avert her eyes. She lets him lay her out on the bed and undress her: she even helps him, raising her arms and then her hips. Little shivers of cold run through her; as soon as she is bare, she slips under the quilted counterpane like a mole burrowing, and turns her back on him. no doubt about that. Not rape, not quite that, but undesired nevertheless, undesired to the core. As though she had decided to go slack, die within herself for the duration, like a rabbit when the jaws of the fox close on its neck. So that everything done to her might be done, as it were, far away.

Dit gaat over het hoofdpersonage (een gescheiden witte professor van middelbare leeftijd die kort daarvoor geregeld beroep deed op de diensten van een sekswerker), die op een bizarre en wat creepy manier aanpapt met een zwarte studente. Als één en ander fout loopt, en hij een stugge en principiële houding aanneemt tegenover een soort van tuchtraad, is zijn verhaal aan de universiteit afgelopen, en om de aandacht en woede van de plaatselijke gemeenschap te ontvluchten gaat hij op bezoek bij zijn dochter, die 'op den buiten' een beetje van boer speelt.


Maar eerst spreekt hij nog eens af met zijn ex, om zijn hart te luchten:


'I will anyway. Stupid, and ugly too. I don't know what you do about sex and I don't want to know, but this is not the way to go about it. You're what - fifty-two? Do you think a young girl finds any pleasure in going to bed with a man of that age? Do you think she finds it good to watch you in the middle of your...? Do you ever think about that?' 'No. Neither. 'Don't expect sympathy from me, David, and don't expect sympathy from anyone else either. No sympathy, no mercy, not in this day and age. Everyone's hand will be against you, and why not? Really, how could you?' The old tone has entered, the tone of the last years of their married life: passionate recrimination. Even Rosalind must be aware of that. Yet perhaps she has a point. Perhaps it is the right of the young to be protected from the sight of their elders in the throes of passion. That is what whores are for, after all: to put up with the ecstasies of the unlovely.

Op het Zuid-Afrikaanse platteland legt Coetzee de pijnlijke erfenis van de apartheid en de relaties tussen wit en zwart verder bloot. De relatie tussen vader en dochter is stroef, en hij gedraagt zich ook gespannen tegenover Petrus, een zwarte boer die samenwerkt met zijn dochter en lijkt te azen op haar land.


Het kantelpunt van het boek is de beklijvende aanval op David en zijn dochter door drie zwarte mannen, waarbij zij verkracht wordt en hij geslagen en half in brand gestoken.


Na de eerste shock zint hij op wraak, en wordt gek van de wens van zijn dochter om te blijven, zeker wanneer later blijkt dat ze zwanger is. Hij projecteert zijn eigen wensen en ideeën op haar en ziet een kloof tussen hen ontstaan.


Ondertussen gooit Coetzee er ook nog wat dierenmetaforen tussen, want de honden waarvoor Lucy zorgde, werden ook genadeloos afgemaakt. David begint vrijwilligerswerk in een asiel, waar hij vooral helpt met het afmaken van honden en het afvoeren van de lijken, een daad die in hem complexe emoties losmaakt:


He does not understand what is happening to him. Until now he has been more or less indifferent to animals. Although in an abstract way he disapproves of cruelty, he cannot tell whether by nature he is cruel or kind. He is simply nothing. He assumes that people from whom cruelty is demanded in the line of duty, people who work in slaughterhouses, for instance, grow carapaces over their souls. Habit hardens: it must be so in most cases, but it does not seem to be so in his. He does not seem to have the gift of hardness.
His whole being is gripped by what happens in the theatre. He is convinced the dogs know their time has come. Despite the silence and the painlessness of the procedure, despite the good thoughts that Bev Shaw thinks and that he tries to think, despite the airtight bags in which they tie the newmade corpses, the dogs in the yard smell what is going on inside. They flatten their ears, they droop their tails, as if they too feel the disgrace of dying.
Locking their legs, they have to be pulled or pushed or carried over the threshold. On the table some snap wildly left and right, some whine plaintively; none will look straight at the needle in Bev's hand, which they somehow know is going to harm them terribly.
Worst are those that sniff him and try to lick his hand. He has never liked being licked, and his first impulse is to pull away. Why pretend to be a chum when in fact one is a murderer? But then he relents. Why should a creature with the shadow of death upon it feel him flinch away as if its touch were abhorrent? So he lets them lick him, if they want to, just as Bev Shaw strokes them and kisses them if they will let her.

En dan is er nóg een subplot waarbij David werkt aan een opera over Lord Byron, maar over die Vietnamese garnalenvisser die om mij onbekende redenen een Griekse verzetsheld werd en tevens een paar karamellenverzen schreef, weet ik de ballen dus daar ga ik al helemaal niets over schrijven.


Kort samengevat: een vette kluif die ik zonder hulp niet helemaal krijg afgekloven, maar dit smaakt naar meer.


Zeer goeie cover trouwens ook.

4 views

Recent Posts

See All
bottom of page