top of page

Joseph Roth - Zipper en zijn vader

Elk weetje dat ons bestaan (in) perspectief brengt is in staat om ons te laten duizelen van onbenulligheid. De hoeveelheid sterren in het heelal (groter dan het aantal zandkorrels op aarde). De tijd die is verstreken sinds de oerknal (13,8 miljard jaar). Het belang van een gemillimeterd groen gazon (grandioos overschat).


Met zo'n invalshoek maakt het dus weinig of niets uit dat mijn leven zich concentreert op een zeer klein lapje grond rond en in een stad in Oost-Vlaanderen. Het is in die stad dat ik een aantal keer (minder dan ik heb gewild) toekeek hoe op een podium mensen spraken over boeken. Die avonden waren Uitgelezen en de aanwezigheid van Jos Geysels op al die soirees was een groot genot. Dit is een man met het hart op de juiste plaats, en een onovertroffen passie voor het geschreven woord.


Over zijn persoonlijke leven ga ik me niet uitlaten (al vond ik het wel bijzonder vreemd om hem na zo'n avond op de stoep voor de Vooruit een sigaret te zien opsteken), maar het is geen geheim dat hij een relatie heeft met Els Snick, academica en vertaalster van Joseph Roth (zeg trouwens niet rot (zoals bij Philip Roth) maar zeg roooooot).


Niet vreemd dus dat groene Jos die Roth ook regelmatig prees, en niet vreemd dus dat je na zo'n veelvuldige bewieroking een mentaal kruisje zet bij de RO om bij een volgend bibliotheekbezoek rekening mee te houden.


Door een samenloop van bibliotheek-technische omstandigheden moest ik onlangs met grote spoed een verdwaald boek gaan recupereren in de mooie Krook in het centrum van Gent, en dan lukte het nog net om een tussendoortje mee te snoepen, liefst een duim dik, om de druk van het vuistdikke Grapes of Wrath te breken.


En dat is Zipper en zijn vader geworden, mijn eerste Joseph Roth.


Ik heb nu geen zin in opzoekingswerk, dus situeer de schrijver grofweg ergens in het interbellum, in burgerlijke, grootstedelijke sferen en ben door dit Zipperboek zeker niet afgeschrikt, maar om nu te zeggen dat het meteen grote liefde is, neen, dat is een brug te ver.


Ik ervoer een soepele maar tegelijk ook wat onderkoelde beschrijving van twee driehoeksverhoudingen: eerst die tussen de verteller en jonge en oude Zipper, en daarna deze tussen de verteller, jonge Zipper en Erna, de vrouw van jonge Zipper.


Het verhaal speelt zich af in de periode vlak voor en vlak na de Eerste Wereldoorlog, en hoewel de gruwel van de oorlog niet wordt doodgezwegen is dit absoluut geen oorlogsboek. Er wordt naar verwezen, maar dan vooral naar de maatschappelijke gevolgen, de ontwrichting, de doelloosheid en de wanhoop die zich door het leven van de personages verspreidt.


Voor mij is dit een vlak boek. Niet oppervlakkig, maar ik voelde me (te) weinig betrokken. Omdat ik boeken door elkaar lees kan ik de vergelijking met Steinbeck heel eenvoudig maken, en dat is een wereld van verschil. De Amerikaan boort zich een weg naar een intermenselijke volksziel in een empathisch verhaal van zij die niets hebben, terwijl de Oostenrijker opportunisten en gedesillusioneerde arrivisten opvoert in een kleinburgerlijke grootstedelijke omgeving van koffiehuizen, salons en theaters.


Wat dat betreft deed het mij aan Kafka denken, die schreef in zijn kakkerlakkenboek ook over omhooggevallen burgertjes die de eindjes niet meer aan elkaar konden knopen en dan maar wat vreemd volk in huis haalden om de huur te kunnen betalen, maar tegelijk ook de huishoudster aanhielden. Vreemde tijden.


Roth gebruik hier trouwens een vreemd vertelperspectief, dat van de vriend van jonge Zipper, die het hele verhaal uit de doeken doet, zonder dat die enige inbreng van belang heeft. Je komt er ook niets over te weten. Vreemde verteller.


Wat ik in het tweede deel ook zeer bizar vond was de Erna-saga, het jeugdliefje van voor de oorlog dat jonge Zipper opnieuw opzoekt en waarmee hij trouwt. Zij is ambitieuze actrice, hij stelt alles in het werk om haar carrière te helpen, maar zijn liefde wordt niet beantwoord, en zij is absurd afstandelijk en kil. Vreemd huwelijk.


Een niet zo sterke Joseph Roth hoop ik, gelukkig heeft rokende Jos er zodanig over gejubeld dat ik het nog wel eens een kans wil geven.


Oei ik was nog een citaat vergeten:

Wij waren niet alleen moe en halfdood toen we thuiskwamen, we waren ook onverschillig. We zijn het nog steeds. We hebben onze vaders niet vergeven, zoals we de jongere generaties niet vergeven, die onze plaatsen innemen, nog voordat wij een plaat hadden gehad. We vergeven niet, we vergeten. Of liever gezegd: we vergeten niet, we zien niet eens. We letten niet op. Het maakt ons niets uit. Het lot van mensen, van het land, van de wereld, wat gaat het ons aan? We maken geen revoluties, we bieden passief verzet. We zijn niet verontwaardigd, klagen niet aan, verdedigen niet, verwachten niets, vrezen niets - dat we niet vrijwillig sterven, dat is alles.
7 views

Recent Posts

See All
bottom of page